‘Bij jou voel ik me veilig.’
Toen een medisch specialist dat onlangs tegen mij zei, wist ik eigenlijk niet zo goed wat ik moest antwoorden. Ik begeleid al jarenlang artsen bij persoonlijke ontwikkeling en samenwerking, maar het was de eerste keer dat iemand dit tien minuten na onze eerste kennismaking tegen me zei.
Het zette me opnieuw aan het denken over wat veiligheid eigenlijk betekent. Je veilig voelen is iets heel persoonlijks. Wat voor de ene persoon een cruciaal thema is, speelt voor een ander misschien veel minder.
Zelf heb ik gemerkt dat mijn gevoel van veiligheid niet statisch is. Het veranderde naarmate ik mezelf beter leerde kennen en mezelf ertoe zette om uit te spreken wat ik dacht en voelde.
Afkeuring en oordeel
Want dat heb ik lang niet gekund. Uit angst voor de afkeuring en het oordeel van anderen hield ik veel voor mezelf. Door te onderzoeken waaróm dat zo werkte voor mij, is er in positieve zin veel veranderd. Ik leerde mezelf beter kennen en ontdekte dat ik niet altijd hoefde te weten hoe een ander op mij zou reageren om toch te kunnen zeggen wat ik dacht of voelde.
Misschien is dat wel wat veiligheid zo interessant maakt. Het is niet alleen iets wat de ander je geeft. Het heeft ook te maken met hoe veilig je jezelf voelt om zichtbaar te zijn, om je uit te spreken en om er te mogen zijn zoals je bent.
Tegelijkertijd kunnen we daar niet alles zelf in oplossen. De omgeving waarin je je bevindt, en vooral hoe anderen op je reageren, heeft grote invloed op hoe veilig je je voelt.
In de vakgroep
Juist daarom is goed te begrijpen hoe vaak veiligheid in vakgroepen een rol speelt. Soms expliciet, maar vaker nog impliciet. Het gaat dan over de cultuur, de onderlinge verhoudingen en de ‘binnenkant’ van de vakgroep.
Een praktijkvoorbeeld:
‘Als een bepaalde collega aanwezig is, dan voel je direct dat er spanning ontstaat. En als we dan vergaderen, zie ik twee soorten reacties. Een deel van ons wordt ook heel stevig en dominant, alles om tegenwicht te bieden aan deze vrouw. Anderen trekken zich juist terug, doen niet meer mee. Veel te spannend. Ik behoor bij die laatste groep.’
Dit verhaal staat niet op zichzelf. Een soortgelijke dynamiek zie ik op veel plekken. Steeds vaker krijg ik dan ook de vraag: Help ons met het creëren van meer veiligheid en vertrouwen in onze vakgroep.
Maar hoe doe je dat eigenlijk?
Gelijkwaardig, maar niet altijd gelijk
Binnen een vakgroep ben je formeel collega en gelijkwaardig. Toch kunnen er in de praktijk grote verschillen zijn in invloed, positie, senioriteit en persoonlijkheid. En juist in die dynamiek kan het ingewikkeld zijn om je uit te spreken of een collega aan te spreken.
Wie neemt het initiatief? Wanneer grijp je in? En wat als de ander simpelweg niet ontvankelijk is voor feedback?
Mensen reageren op elkaar en passen hun gedrag aan, bewust en onbewust. Sommigen worden harder en dominanter dan ze eigenlijk zijn, om tegenwicht te bieden. Anderen worden juist stiller en trekken zich terug. Weer anderen besluiten gevoelige onderwerpen maar helemaal niet meer aan te kaarten.
Niet omdat ze niets te zeggen hebben, maar omdat de prijs te hoog voelt.
Veiligheid vraagt meer dan aardig zijn
Veiligheid wordt nog weleens verward met harmonie. Alsof een veilige vakgroep een vakgroep is waarin iedereen aardig tegen elkaar doet en conflicten worden vermeden.
Maar het tegenovergestelde is waar.
In een veilige vakgroep worden juist de moeilijke gesprekken gevoerd. Er worden lastige vragen gesteld. Verschil van inzicht mag bestaan. Kritische vragen zijn welkom. Je mag fouten toegeven, twijfels uitspreken of aangeven dat je iets anders ziet, zonder bang te hoeven zijn voor vernedering, uitsluiting of repercussies.
Dat is een belangrijke voorwaarde voor professioneel samenwerken.
In een vakgroep waarin mensen zich vrij voelen om hun stem te laten horen, ontstaat meer ruimte om twijfels te delen, afwijkende inzichten in te brengen en fouten bespreekbaar te maken. Verschillende perspectieven kunnen naast elkaar bestaan en worden daadwerkelijk meegenomen in de gezamenlijke besluitvorming.
Dat komt de samenwerking ten goede. Binnen de vakgroep, maar ook daarbuiten, in de samenwerking met andere zorgprofessionals.
En uiteindelijk merkt ook de patiënt daar iets van. Niet omdat een veilige vakgroep automatisch betere zorg levert, maar omdat goede zorg afhankelijk is van goede samenwerking. Wanneer professionals zich uit durven spreken, elkaar durven bevragen en elkaar durven corrigeren, ontstaat er meer ruimte om samen tot goede besluiten te komen.
Een vraag aan jezelf
Toen die medisch specialist tegen mij zei: ‘Bij jou voel ik me veilig’, zag ik dat vooral als een mooi compliment.Inmiddels hoor ik er iets anders in.
Namelijk dat veiligheid nooit vanzelfsprekend is. Dat het niet alleen gaat over de vraag of ík mij veilig voel bij een ander, maar ook over wat mijn gedrag en mijn aanwezigheid oproepen bij die ander.
Misschien is dat wel de belangrijkste les die ik zelf steeds opnieuw leer.
Veiligheid vraagt niet alleen dat ik stilsta bij wat ík nodig heb om me veilig te voelen. Het vraagt ook dat ik mezelf afvraag wat ik doe, hoe ik reageer en wat mijn gedrag met de ander doet.
Want veiligheid ontstaat niet alleen in jezelf. Ze ontstaat ook tussen mensen.
Daarom is de belangrijkste vraag voor mij niet alleen:
Voel ik mij veilig?
Maar ook:
Voel jij je veilig bij mij?
